Naamdagen 17 augustus
HEILIGEN IN BEELD

Jeroen (17 augustus)
Jeroen behoorde tot een adellijke familie in Schotland en kwam naar West-Friesland om als missionaris te werken. In 856 werd hij bij een inval en plundertocht van de Noormannen in Noordwijk gevangen genomen.

De Noormannen eisten dat hij aan de heidense goden zou offeren, en toen hij dit weigerde, vermoordden zij hem met het zwaard. Hij werd te Noordwijk begraven, maar de christenen waren er zich aanvankelijk niet van bewust dat het een heilige martelaar betrof.

Zoete geur
Jeroen nam hier geen genoegen mee. Hij verscheen in 955 aan een vrome boer, Nothbodo, met de opdracht om zijn verwaarloosde gebeente naar de abdijkerk van Egmond over te brengen.
Toen het in aanwezigheid van Balderik, de bisschop van Utrecht, werd opgegraven, verspreidde zich een zoete geur. Zowel zijn verschijning als de hemelse geur waren het bewijs dat men met een heilige te doen had. De relieken van Jeroen zijn tot in de zestiende eeuw te Egmond bewaard gebleven, maar kwamen na enige omzwervingen in 1892 grotendeels weer in Noordwijk terecht.

Verloren zaken
Vooral vroeger waren heiligen gewend om wonderen te doen. Zo ook Jeroen. Boer Nothbodo had drie hengsten die gestolen werden. Hij ondernam een zoektocht in de bossen en bleef slapen bij de plek waar Jeroen eens verscheen. In een nieuwe verschijning wees hij de boer de plaats, waar de dieven de paarden hadden vastgebonden. Dit wonderverhaal laat zien dat al lang vóór Antonius van Padua een heilige werd aangeroepen als patroon van verloren zaken.
Jeroen wordt in de kunst voorgesteld in priesterlijke kleding met een zwaard en een valk in de hand. Het zwaard duidt op zijn marteldood. De valk verwijst naar zijn adellijke afkomst: de valkenjacht was het voorrecht van de adel.

Toon Brekelmans
Kerkhistoricus